Het theorie-examen voor taxi bevat vanaf 1 februari 2017 twee cases. Hiermee wil het CBR het examen praktijk gerichter en aansprekender maken. Het examen bestaat straks uit dertig meerkeuzevragen en twee cases met ieder vijf vragen.
Voorheen ging het om veertig meerkeuzevragen. Dat is uiteindelijk nog steeds zo, maar tien hebben er vanaf 1 februari betrekk
ing op twee cases. Het niveau van de vragen en de toetsmatrijs wijzigt niet, ook blijven de onderwerpen in het examen ongewijzigd. De kandidaat krijgt onder andere vragen over wet- en regelgeving, gewenste houding en gedrag en communicatie met klant en hulpdiensten.

Het CBR heeft ook een voorbeeld opgesteld van zo’n case. De chauffeur in kwestie is met zijn eerste klant van de dag op weg naar het station. De klant moet daar op tijd zijn, maar de taxi komt in een file terecht. Degene die het examen aflegt moet dan aangeven wat de juiste keuze is: vragen of het goed is dat er een andere, langere route wordt gereden, niets zeggen en dezelfde route volgen of aangeven dat de file zo waarschijnlijk zal verdwijnen.

Opbouw theorie-examen

Een andere vraag uit dit voorbeeld gaat over de situatie dat een rolstoel niet goed is vastgezet in de taxi en de persoon in die rolstoel vervolgens gewond raakt bij een ongeval. Wie is daar dan voor verantwoordelijk? Ook kan er worden gevraagd hoe lang er moet worden gepauzeerd bij een werkdag van bijvoorbeeld 13.00 tot 17.00 uur.

De opbouw van het theorie-examen is met twee cases als volgt: 28 meerkeuzevragen, dan twee cases met ieder vijf meerkeuzevragen en tot slot twee meerkeuzevragen over de Routiq autokaart Maxi Nederland. Jaarlijks worden er tussen de achtduizend en negenduizend theorie-examens voor taxi afgenomen.